Een hoeve met een verhaal
Verblijven in Buitengoed de Dobbellaar is een beleving mét een verhaal.
De Dobbellaar is gevestigd in de schuur van de monumentale hoeve Dobbelsteyn.
Een hoeve waarvan de geschiedenis teruggaat tot in de 16e eeuw heeft veel te vertellen. Achter de oude stenen van de getergde muren ligt het verleden opgeslagen. Bij Buitengoed de Dobbellaar zijn gasten getuigen van een levende geschiedenis. Zoals hier “in de vreuger jaore” gezwoegd werd en gezinnen onderhouden werden.
Margraten dat vroeger ook wel de benamingen Sint Margareten, Hoogland of Gulpen op de Berg genoemd werd, maakte oudtijds deel uit van Gulpen. In de 16e eeuw verpandde Koning Philips II dit deel van het geslacht Van Eynatten dat het huis Neubourg en de hele regio bezat. Alles behoorde tot de leenbank van ’s Hertogenrade.
De oudste schriftelijke gegevens dateren uit het midden van de 15e eeuw, toen de hoeve in het bezit was van het geslacht Dobbelsteyn uit Doenrade. Vandaar de naam Hoeve Dobbelsteyn.
Daarna volgden meerdere bezitters waaronder stadhouders. De hoeve was oorspronkelijk een boerderijcomplex waarvan de woon- en bedrijfsgebouwen gegroepeerd lagen rondom de binnenplaats. In die tijd werd er op de hoeve recht gesproken en daarom noemde men de hoeve destijds een zogenaamde landsheerlijke Laathof. Deze was ingericht met een lagere rechtbank die gebonden was aan de Heerlijkheid Gulpen.
Naast de rechtspraak die er werd gesproken werd het ook een belangrijke boerenhoeve waar veel bedrijvigheid was. De hoeve werd door de leenheer geschonken in ruil voor diensten en goederen. De boeren die met hun grote gezinnen werkten en leefden op de hoeve moesten een deel van hun opbrengsten van het land afstaan aan de verpachter. Een tiende deel was gebruikelijk en de opbrengst van de oogst werd tijdelijk opgeslagen in de zogenaamde Tiendschuur.
Nu kunnen gasten vertoeven en genieten van het Limburgse land. Maar zo vreedzaam is het er niet altijd aan toegegaan op Hoeve Dobbelsteyn. Een bloederige periode laten we achter ons. Er werd recht gesproken en gruwelijke straffen werden opgelegd. In de kelder werden mensen gevangen gehouden. Verhanging, het knevelen van mensen, het toebrengen van brandwonden; dit soort daden schuwde men niet. Ook niet op Hoeve Dobbelsteyn.

Spannende tijden tijdens de bokkenrijders

Ooit hebben ze rondgezworven op Hoeve Dobbelsteijn: de Bokkenrijders. Het was volgens de verhalen een goddeloze roversbende in de 18e eeuw. Het idee van de Bokkenrijders stamde wellicht uit het toenmalige volksgeloof dat men dacht dat de duivel eruit zag als een bok. Op hun bokken vlogen de rovers door de lucht om afgelegen hoeves en kerken te plunderen en bewoners angst aan te jagen. In de donkere avonden van de 18e eeuw, toen alleen kaarsen licht brachten in de duisternis en er nog geen elektriciteit was, vertelden vele generaties spannende verhalen van de Bokkenrijders. De mensen op het platteland geloofden dat de rovers een pact met de duivel hadden gesloten.
De leden van de bende moesten, volgens de legenden, een geheime eed afleggen waarbij ze de hand op de bijbel moesten leggen. Ze worden dan ook wel de bende met “de doode hand” genoemd. Andere verhalen vertellen dat de bende werd gedreven door armoede ten gevolge van misoogsten, strenge winters en ten deel vielen aan een rampzalig rechtssysteem met rampzalige martelpraktijken.
Hoeve Dobbelsteyn heeft in die periode in ieder geval spannende tijden doorgemaakt. Leden van de gevreesde bende zijn aan de galg berecht in de kelder. de gevangenis, de zogeheten “kerker”. Deze kerker bevindt zich op de binnenplaats van de hoeve. Zeker twee “rovers” hebben er gevangen gezeten en zijn er later opgehangen. Naast de kerker ligt de trap naar de kelder waar de toegang ligt naar de ondergrondse vluchtwegen. Sporen van deze spannende tijden zijn nog steeds terug te vinden………….
Het verleden nooit vergeten
De Rijksweg is al sinds de tijd van Napoleon een belangrijke verbindingsweg. Ook voor soldaten die voor ons in oorlogsjaren gevochten hebben. Dit was zeker de situatie tijdens de 2e wereldoorlog.
Wanneer de geallieerden oprukten, zochten ze in Limburg een plek om hun doden te begraven. Captain Shomon koos voor het plateau van Margraten. Vracht na vracht kwamen ze aan. Een oneindige stroom. Langs de hoeve aan de Rijksweg zijn de duizenden soldaten vervoerd die iets verder op de begraafplaats een rustplek hebben gevonden en op ingetogen wijze worden geëerd.
Meteen na de bevrijding van Zuid-Limburg (1944) werd begonnen met de ontwikkeling van een Amerikaanse begraafplaats in Margraten. De keuze was op Margraten gevallen vanwege de gunstige ligging aan de Rijksweg. Gesneuvelden werden van verschillende slagvelden en noodbegraafplaatsen in konvooi via de Rijksweg naar Margraten gebracht. De begraafplaats, op loopafstand van Buitengoed de Dobbellaar, wordt door de inwoners zorgvuldig gekoesterd.
Om het verleden nooit te vergeten.
Slenteren over de begraafplaats van Margraten betekent luisteren naar de stilte van het leven. 8301 Amerikaanse soldaten liggen hier begraven met ieder een eigen, individueel én uniek verhaal. De meeste soldaten waren net twintig en stierven ergens in Europa waar ze vochten voor ónze vrijheid. Een indrukwekkende plek op het plateau van Margraten. Witte marmeren kruizen, allemaal eender, zover het oog reikt. Serene rust die tot nadenken stemt. En dit alles, op loopafstand van Buitengoed de Dobbellaar....

